Op vrijdag 13 februari 2026 streek Kijkje in de Keuken neer in de Wijnhaven in Rotterdam, bij Hogeschool Rotterdam (instituut CMI). Het thema was helder en actueel: Samen werken aan inclusiever onderwijs. Een dag waarop zo’n 80 ict-docenten en onderwijsprofessionals uit het hele land niet alleen kwamen halen, maar vooral ook kwamen brengen: voorbeelden, twijfels, werkvormen en vragen die je niet in je eentje oplost.
Gastvrouw Nathalie Keurentjes, onderwijsmanager van Applied Data Science & AI, heette iedereen welkom en gaf meteen context: dit Kijkje in de Keuken was niet “van één opleiding”, maar een gezamenlijke inspanning van Applied Data Science & AI, Informatica en Technische Informatica. Juist die mix past bij het thema, want inclusiever onderwijs gaat óók over samenwerken over grenzen heen.
De plenaire aftrap was een keynote van Zihni Özdil, werkzaam op Hogeschool Rotterdam als expert inclusiviteit en diversiteit. Op de eventpagina werd zijn bijdrage al aangekondigd als een keynote met inzichten en praktische handvatten rondom inclusie en diversiteit. In de zaal landde dat vooral als één centrale gedachte: het is niet “wat is er mis met deze student?”, maar “wat heeft deze student nodig om te floreren?” Özdil zoomde daarbij in op neurodiversiteit en neurodivergentie. Niet als modewoord, maar als lens om anders te kijken naar onderwijs, begeleiding en toetsing. Hij schetste hoe er lange tijd vooral vanuit tekorten werd gedacht en hoe de taal en aanpak inmiddels aan het verschuiven zijn richting variatie en mogelijkheden. Volgens Özdil hebben veel méér studenten profijt van inclusief ingericht onderwijs dan vaak wordt gedacht: het blijkt voor vrijwel iedereen prettiger, duidelijker en beter behapbaar te zijn.
Na de begrippen volgde de vertaalslag naar de praktijk. In hoog tempo kwamen voorbeelden langs van wat kan helpen, juist in technische opleidingen waar relatief veel studenten zich herkennen in neurodivergente kenmerken. Autisme, ADHD, dyslexie, dyscalculie, tourette en hoogsensitiviteit werden daarbij expliciet behandeld.
Wat deze keynote extra interessant maakte: er was veel ruimte voor gesprek en die ruimte werd ook genomen. Een deel van de discussie ging over labelen en diagnosticeren, wat in de zaal veel losmaakte. Want hoe ver ga je als docent in kennis over diagnoses? Helpt het, of werkt het juist beperkend? En: ben je als docent bezig met “stickers”, of met een praktische manier om gedrag en onderwijsbehoeften beter te begrijpen? En als je al je lesmethoden aanpast op de leerling, hoe bereid je studenten voor op een werkpraktijk die niet altijd meebuigt? Wat is de rol van studieloopbaanbegeleiding en onderlinge afstemming tussen docenten, zodat studenten niet telkens opnieuw hetzelfde gesprek hoeven te voeren? De toon bleef betrokken en onderzoekend. Niet iedereen zat op dezelfde lijn, maar juist dat maakte het gesprek concreet: inclusie is zelden een checklist. Het is vaak: ontwerpen, proberen, bijstellen.
Aan het einde werd ook gewezen op de handreiking Ruimte voor ieder brein, een handreiking voor docenten over neurodiversiteit in hbo-ict en beroepspraktijk. De publicatie biedt onder meer aanknopingspunten rond UDL (Universal Design for Learning) en inspiratie uit de praktijk.
Na de keynote ging de dag verder met workshoprondes en ontmoetingen, precies zoals Kijkje in de Keuken bedoeld is: leren van elkaars praktijk. Ook in het programma zelf lag de nadruk op “samen aan de slag”: met voorbeelden uit Rotterdam én uit de rest van het land.
Het programma:
De workshop van Henny Batelaan-Butter bleek een energieke en interactieve sessie. Aan de hand van haar onderzoek naar neurodiversiteit nam zij ons mee in de uiteenlopende belevingswerelden van studenten. Door zelf kleine opdrachten te doen, werd zichtbaar hoe verschillend studenten informatie verwerken. Bovendien kregen we praktische vragen mee die helpen om gedrag in de klas breder en zorgvuldiger te duiden.
Ook de workshop van Zihni Özdil over de manosphere in de klas maakte veel los. Met actuele en herkenbare voorbeelden liet hij zien hoe bepaalde groepen studenten de wereld — en het onderwijs — beleven. De groep ging open het gesprek aan: ervaringen werden gedeeld, situaties concreet gemaakt en inzichten verdiept. Het resultaat was zowel inspirerend als confronterend, en gaf deelnemers waardevolle handvatten om dynamieken in het dagelijks onderwijs beter te begrijpen.
Al met al was dit een editie die goed paste bij het thema. Niet omdat alles gladgestreken was, maar juist omdat er ruimte was voor echte vragen. Inclusiever onderwijs maak je niet door het er alleen over eens te zijn. Je maakt het door het gesprek te voeren, en daarna je onderwijs nét iets slimmer te ontwerpen.