Het is een heet hangijzer binnen de ICT-opleidingen: hoe kunnen we inclusiever zijn en uitval onder vrouwelijke studenten voorkomen? Tanja Ubert, docent bij Hogeschool Rotterdam afdeling CMI én sinds 1992 werkzaam binnen ICT, deelde haar kennis en tips over dit onderwerp tijdens Kijkje in de Keuken op 13 februari.
Volgens Ubert valt een deel van de vrouwen niet uit omdat ze het niveau niet aankunnen, maar omdat ze zich niet thuis voelen. Ze moeten vaak harder werken voor dezelfde erkenning. Dat zie je ook terug in projectgroepen. Zit er één meisje tussen meerdere jongens, dan schieten rolpatronen snel in de bekende stand: “Wie maakt de notulen?” Ubert is daar scherp op. Ze benoemt het direct en stuurt bij: niet omdat meiden het niet kunnen, maar omdat jongens het óók moeten leren. En omdat een student pas echt gezien wordt als ze ruimte krijgt om haar technische bijdrage te laten zien.
Ubert merkt dat veel vrouwelijke studenten kritisch zijn op zichzelf. Een docent noemt één verbeterpunt, maar dat punt hadden ze zelf al tien keer gedacht. Daarom is haar advies: benoem expliciet wat er wél goed gaat en waar de student op kan voortbouwen. Dat kost soms wat extra tijd, maar het effect is groot.
Een simpele hack helpt daarbij: komt een student met “een leeg scherm” omdat ze vastloopt, vraag haar om een paar keer op undo te drukken. Dan zie je wat ze geprobeerd heeft, maar niet durfde te laten staan. Daarmee kun je ook meteen het gesprek voeren dat fouten in programmeren niet “falen” zijn, maar stappen in een proces.
Inclusie gaat ook over sociale veiligheid en participatie. Ubert benadrukt dat je als docent regie mag nemen: wie krijgt het woord, wie stelt vragen en wie durft dat juist niet? In haar ervaring helpt het om interactie kleiner te maken (bijvoorbeeld eerst in duo’s of groepjes) of input anoniem op te halen. Zo wordt vragen stellen normaler en minder spannend.
Wat je niet ziet, kun je moeilijk worden. Daarom is zichtbaarheid belangrijk: in communicatie-uitingen, op open dagen en in het docententeam. Ubert let bewust op beelden waarin vrouwen niet op de achtergrond staan, maar juist actief uitleggen en bouwen. Ook helpt het om studenten in contact te brengen met netwerken en rolmodellen buiten de opleiding.
Ubert koppelt inclusie aan kwaliteit. Diverse teams bouwen betere producten, omdat ze meer perspectieven meenemen. Ze noemde voorbeelden van technologie die misgaat wanneer er te eenzijdig wordt getest. Dat is een eyeopener voor studenten: inclusie is niet alleen “aardig”, het is ook professioneel.
De kern van haar boodschap: je hoeft geen compleet nieuw curriculum te ontwerpen. Kleine ingrepen in groepswerk, feedback en veiligheid kunnen al veel verschil maken.