Met mijn lectoraat Smart Cities zijn we recent samen met een ander lectoraat bij Saxion – Ambient Intelligence – lid geworden van het Dutch Metropolitan Innovations‑ecosysteem, kortweg DMI. Dit is een landelijk samenwerkingsverband waarin organisaties samenwerken aan digitale oplossingen voor grote stedelijke opgaven. Denk aan thema’s zoals mobiliteit, energietransitie, leefbaarheid en klimaat. Binnen DMI worden standaarden, platforms en afspraken ontwikkeld zodat partijen beter kunnen samenwerken en data op een verantwoorde manier kunnen delen en gebruiken. Partners zijn bijvoorbeeld gemeenten en provincies, technologiebedrijven, onderzoeksorganisaties zoals TNO, hogescholen en universiteiten, maar ook innovatieve mkb‑bedrijven.
Wij zijn lid geworden van DMI vanwege de Producten en Data Exchange (PDX) die het ecosysteem ontwikkelt. PDX is te zien als een digitale infrastructuur die het mogelijk maakt om gegevens veilig en gecontroleerd te delen tussen organisaties. Met deze infrastructuur gaan we met de twee genoemde lectoraten samen met onze partners binnen Stadscampus de KIEN – een samenwerkingsverband in Deventer van gemeente, bedrijven en kennisinstellingen – experimenteren met het delen van data tussen organisaties ten behoeve van slimme en duurzame innovaties voor onder andere mobiliteit en leefbaarheid.
De manier waarop PDX werkt, sluit aan bij bredere Europese keuzes voor een mensgerichte digitale toekomst. Europa kiest er bewust voor om digitale innovaties niet te baseren op grootschalige centralisatie of commerciële datamonopolies, maar op waarden die al langer centraal. Het gaat dan om datasoevereiniteit (controle over je eigen gegevens), privacy als grondrecht, transparantie over hoe data wordt gebruikt, eerlijkheid in digitale markten, non‑discriminatie, veiligheid, en publieke controle op kritieke digitale infrastructuur. Deze waarden zijn niet alleen juridisch verankerd in Europese wetgeving, maar vormen ook het morele kader voor hoe Europa technologie wil inzetten: technologie moet het algemeen belang dienen, niet andersom. Data spaces passen in die filosofie omdat ze datadeling mogelijk maken zonder dat de macht of controle bij één partij terechtkomt. Ze ondersteunen samenwerking, maar laten de rechten van burgers en organisaties intact.
Tegelijkertijd moeten we erkennen dat dit een relatief jong werkveld is. Echt grote successen van data spaces zijn er nog nauwelijks, alhoewel er een aantal volwassen initiatieven zijn, zoals Catena-X, een automotive data space. Veel initiatieven zitten nog in de fase van pilots, verkennende samenwerkingen en het uitwerken van standaarden. Het bouwen aan vertrouwen kost tijd, net als het ontwikkelen van gezamenlijke taal, afspraken en governance. Maar juist daarom is experimenteren nu zo belangrijk.
Dat zien we bijvoorbeeld binnen de energietransitie. Om te bepalen waar het elektriciteitsnet moet worden versterkt, waar warmtenetten kansrijk zijn of waar laadpalen het beste kunnen worden geplaatst, heb je data nodig van netbeheerders, gemeenten, bedrijven en soms burgers. Die willen hun gegevens alleen delen als ze zeker weten dat hun privacy wordt gerespecteerd en hun data niet zomaar ergens belandt. Een aanpak waarbij data bij de eigenaar blijft en alleen onder voorwaarden wordt gebruikt, biedt dat vertrouwen. Het maakt ook nieuwe vormen van samenwerking mogelijk, zoals burgercollectieven op basis van data-altruïsme die vrijwillig data delen om energiearmoede tegen te gaan of netcongestie te verminderen.
In Nederland wordt via meerdere routes aan deze nieuwe data spaces gebouwd. Binnen het domein van de fysieke leefomgeving bijvoorbeeld, wordt er in het programma Zicht op Nederland aan een data space gewerkt waarin de basisregistraties, zoals de Basisregistratie Ondergrond (BRO), het fundament vormen voor ruimtelijke besluitvorming. Daarnaast maakt PDX het mogelijk om juist ook realtime en dynamische data – zoals verkeersmetingen, mobiliteitsstromen en sensordata – verantwoord te delen. Zo ontstaat geleidelijk een nuttig datalandschap.
Voor HBO‑ICT‑opleidingen is dit een belangrijke ontwikkeling. De professionals van morgen gaan werken in een wereld waarin datadeling, interoperabiliteit, digitale ethiek en publieke waarden centraal staan. Ze moeten begrijpen hoe je verantwoord samenwerkt in digitale ecosystemen, hoe je privacy beschermt en hoe je technologie zo inzet dat maatschappelijke doelen worden versterkt in plaats van onder druk gezet. Europa kiest bewust voor een digitale toekomst waarin menselijke waarden en technologische innovatie hand in hand gaan. Dit is het moment om studenten daarop voor te bereiden.
Dr. Mettina Veenstra – lector Smart Cities – Saxion University of Applied Sciences