Merijn van der Laag is het nieuwste HBO-i bestuurslid: “We moeten af van ‘concurrentie-denken’”

Merijn van der Laag is het nieuwste bestuurslid van HBO-i. Op 20 mei werd ze officieel benoemd tijdens de platformvergadering. Voor Van der Laag voelt het nog allemaal vers. “Ik kom net uit het ei, dus ik ben nog een beetje nat”, zegt ze lachend. Toch weet ze één ding zeker: ze wil verbinden, leren en bijdragen aan de toekomst van het hbo-ICT-onderwijs.

 

Met bijna 25 jaar ervaring binnen de ICT-opleiding van de Hogeschool van Amsterdam brengt ze een brede blik mee: van student en docent tot curriculumontwikkeling en onderwijsvernieuwing. Maar vooral wil ze luisteren. “Wat ik ga doen weet ik nog niet precies, maar ik denk wel dat ik iets kan brengen.”

Wat trok je aan in deze rol als bestuurslid?

“Ik werk straks 25 jaar bij de ICT-opleiding van de Hogeschool van Amsterdam en heb in die tijd ontzettend veel verschillende rollen gehad. Op een gegeven moment ga je anders kijken naar onderwijs. Niet alleen meer naar je eigen opleiding, maar ook naar vragen als: hoe ontstaat zo’n landelijk opleidingsprofiel eigenlijk? Wie bepaalt de richting? Waar zit invloed? Ik merkte dat ik de verbinding miste met de plek waar inhoudelijke keuzes worden gemaakt. Tegelijkertijd voelde ik steeds sterker de behoefte om dingen met elkaar te verbinden. Hoe zorgen we er als opleidingen gezamenlijk voor dat we studenten goed voorbereiden op een werkveld dat continu verandert? Tijdens een studiereis sprak ik veel mensen uit het netwerk. Ik liet zien waar wij in Amsterdam mee bezig zijn en kreeg daar veel enthousiaste reacties op. Toen dacht ik: volgens mij kan ik hier nog veel halen én brengen.”

Wat zie jij momenteel als de grootste uitdaging binnen het hbo-ICT-onderwijs?

“De dalende instroom vind ik zorgelijk. Maar misschien nog ingewikkelder vind ik de beeldvorming rondom AI en ICT. Er worden nu soms heel grote conclusies getrokken: alsof generatieve AI straks al het ICT-werk overneemt en opleidingen daardoor minder relevant worden. Als media zoals NOS dat melden, hebben we wel een probleem. Ik denk dat we midden in een enorme verandering zitten, vergelijkbaar met een industriële revolutie. Natuurlijk verandert werk dan. Maar dat betekent niet automatisch dat er minder werk komt, vaak ontstaat juist ander werk. Alleen: niemand heeft op dit moment het complete antwoord. Het werkveld zelf is ook nog volop in beweging. Dus het belangrijkste is misschien wel dat we met elkaar in gesprek blijven en beter begrijpen wat er daadwerkelijk verandert. Daar zie ik ook een rol voor HBO-i.”

Waarom is samenwerking tussen opleidingen en werkveld daarin zo belangrijk?

“Omdat je elkaar anders niet meer begrijpt. HBO-i zie ik eigenlijk als een soort gezamenlijke taal. Het helpt opleidingen, studenten en werkgevers om duidelijk te maken: wat moet een afgestudeerde ICT’er kennen en kunnen? Als opleidingen en werkveld niet dezelfde verwachtingen hebben, krijg je een mismatch. Dan denken werkgevers iets anders nodig te hebben dan wat opleidingen aanbieden. Daarom is afstemming zo belangrijk. Ik denk ook dat we soms te veel vanuit concurrentie denken. Alsof een student per se voor Amsterdam of Utrecht moet kiezen. Dat maakt mij eerlijk gezegd weinig uit. Het gaat erom dat studenten op de juiste plek terechtkomen en enthousiast raken over het vakgebied.”

Welke ontwikkelingen binnen ICT houden jou momenteel het meest bezig?

“Vooral generatieve AI in relatie tot onderwijs. Niet alleen technisch, maar juist ook pedagogisch en ethisch. Wat betekent AI voor kritisch denkvermogen? Welke vaardigheden blijven cruciaal? Wat moet een docent nog zelf doen en wat kun je slim ondersteunen? Die vragen fascineren me enorm. Want wat maakt hbo-onderwijs straks nog onderscheidend ten opzichte van een online cursusplatform? Waarom kiezen studenten voor een opleiding, voor docenten, voor een leeromgeving? Ik denk dat juist daar de waarde van onderwijs zichtbaar wordt. Niet alleen kennis overdragen, maar studenten helpen ontdekken waar hun motivatie zit en hoe ze technologie betekenisvol kunnen inzetten.”

Wanneer is ICT-onderwijs volgens jou echt geslaagd?

“Als studenten trots zijn op hun vak. Als ze met plezier naar hun werk gaan en het gevoel hebben dat ze iets bijdragen. Dat hoeft niet altijd groots of wereldreddend te zijn. Voor iedere student betekent dat iets anders. Maar ik vind het mooi als onderwijs iets raakt. Dat een student binnenkomt met een bepaald idee en onderweg ontdekt: hé, hier krijg ik energie van. Misschien wil iemand bijdragen aan de energietransitie, zorg verbeteren of maatschappelijke problemen oplossen met technologie. Op dat moment wordt ICT geen doel op zich meer, maar een middel om iets betekenisvols te doen. Dan is onderwijs wat mij betreft echt geslaagd.”