Het zal niemand bij HBO-i zijn ontgaan: de instroom bij hbo-ict-opleidingen is flink gedaald. In het studiejaar 2025-2026 begonnen 14,4% minder studenten dan het jaar daarvoor1. In de berichtgeving wordt regelmatig een verband gelegd met de opkomst van AI. Want waarom zou je nog ict’er willen worden als iedereen met een paar goede prompts zelf applicaties kan bouwen?
Of AI daadwerkelijk de (enige) oorzaak is van de dalende instroom, weten we natuurlijk niet 100% zeker, maar veel wijst wel die kant op. In de berichtgeving over de dalende inschrijving is dat ook de teneur2,3 en wordt steeds de vraag gesteld of ict’ers in het AI-tijdperk nog wel nodig zijn. Die vraag wordt gelukkig vervolgens wel positief beantwoord.
HBO-i probeert op verschillende manieren het tij te keren, en de publieke beeldvorming bij te stellen. Zo is onlangs de campagne StudeerICT gestart4, in samenwerking met lectorenplatform PRIO is dit jaar een werkgroep aan de slag om de impact van AI op het curriculum te analyseren en hierover te adviseren, en de media wordt regelmatig opgezocht om steeds weer te benadrukken dat ict zoveel meer is dan alleen regels code kloppen5.
Minstens zo belangrijk zijn immers het achterhalen van de vraag achter de vraag, het weloverwogen maken van (ontwerp)keuzes, die keuzes helder kunnen onderbouwen, bijstellen op basis van voortschrijdend inzicht, verantwoordelijkheid nemen voor keuzes die gevolgen hebben voor veiligheid, betrouwbaarheid en onderhoudbaarheid en effectief communiceren en samenwerken met diverse belanghebbenden. Maar buiten de ict bestaat kennelijk een veel te beperkt beeld van het beroep. En er wordt onderschat hoeveel impliciete (‘tacit’) kennis en professioneel oordeelsvermogen nodig zijn om goede ict-oplossingen te realiseren.
Een geluk bij een ongeluk is dat dit probleem ook speelt in andere professionele domeinen6. Onlangs publiceerde OpenAI antwoorden op honderden openstaande wiskundige problemen7. Op sociale media werd al snel geroepen dat ‘AI de wiskunde had uitgespeeld’. Maar wiskundigen zelf reageerden totaal anders8. Sommigen waren enthousiast, anderen verdrietig, boos of gefrustreerd, en veel waren dat allemaal tegelijk. Veel wiskundigen schreven dat wiskundig onderzoek, in tegenstelling tot het beeld buiten de wiskunde, zoveel meer omvat dan het oplossen van bestaande problemen. Het gaat immers ook om het ontdekken van verbanden, het ontwikkelen van nieuwe methoden (bijvoorbeeld tijdens het oplossen van die problemen), het opbouwen van diepgaand begrip en het ontdekken welke vragen überhaupt de moeite van het beantwoorden waard zijn.
Ik zie hetzelfde gebeuren in het onderwijs. Ook daar worden nogal wat stellige uitspraken gedaan over de toekomst van het beroep. Iedereen kan nu immers een ‘persoonlijke’ AI-leraar krijgen, die 24 uur per dag beschikbaar is. Waarom hebben we dan nog docenten of hogescholen nodig? De reacties op het nieuws van RTL over het grote aantal scripties dat met AI geschreven is9 vond ik ook verbazingwekkend. In het nieuwsbericht wordt gesteld dat universiteiten naïef zijn, maar ik vond vooral veel reacties op het bericht naïef. Iemand schreef op LinkedIn letterlijk: ‘Er zou een mondelinge toelichting moeten komen op scripties!’. Dan heb je een mening over iets waar je echt heel weinig kennis van hebt, en houdt niets je blijkbaar tegen om die mening publiekelijk te uiten. In andere discussies rondom de impact van AI op het onderwijs, merk ik dat het beeld van het beroep van docent ook danig beperkt is. Mensen buiten het onderwijs lijken (bewust of onbewust) te geloven dat onderwijs voornamelijk bestaat uit kennisoverdracht. De pedagogische opdracht, socialisatie, persoonsvorming, menselijke relaties en al het professionele oordeelsvermogen dat daarbij komt kijken worden regelmatig over het hoofd gezien.
In de ict, wiskunde en het onderwijs worden beroepen dus vaak beoordeeld op wat zichtbaar en meetbaar is, zoals een applicatie, een opgelost probleem en een behaald diploma. Daardoor zien we echter gemakkelijk over het hoofd wat er tijdens het werk nog meer gebeurt, en wat daarvan de waarde is voor de professional zelf, het vakgebied en de samenleving in bredere zin.
En we overschatten misschien ook wat mensen zonder die professionele expertise daadwerkelijk kunnen bereiken met AI. Een applicatie maken is echt iets anders dan verantwoorde en duurzaam bruikbare ict-oplossingen ontwikkelen, een wiskundig bewijs genereren is echt iets anders is dan wiskundig onderzoek doen, en iets uitleggen is echt iets anders dan betekenisvol onderwijs verzorgen.
Maar, dacht ik ineens: geldt dit dan ook niet voor onszelf…? Hoeveel begrijpen wij als ict’ers nou écht van het werk van andere professionals? We ontwikkelen digitale oplossingen voor allerlei beroepspraktijken; van zorg tot onderwijs tot rechtspraak tot publieke dienstverlening. Nu we merken dat anderen ons beroep niet goed blijken te kennen, lijkt het me belangrijk om onszelf te blijven realiseren hoeveel we waarschijnlijk nog niet weten van het werk van de mensen voor en met wie we die oplossingen ontwikkelen. En om ons af te vragen welke waardevolle menselijke (impliciete) kennis, processen en professionele afwegingen we misschien over het hoofd zien wanneer we systemen maken die impact hebben op dat werk.
Verantwoorde digitale innovatie vereist volgens mij het besef dat je, ondanks al je technische kennis, heel veel ook nog niet weet. En dat vraagt dus om ict’ers met oprechte nieuwsgierigheid naar wat anderen doen, waarom ze dat doen en wat het voor henzelf, hun professionele gemeenschap én onze samenleving betekent.
Esther van der Stappen